Je bent begonnen met haken. Misschien vol enthousiasme, misschien een beetje voorzichtig. Je hebt je eerste steken geleerd, je handen beginnen te wennen aan de haaknaald, en dan kijk je naar je werk…
Het is scheef.
Niet een klein beetje. Gewoon duidelijk niet recht. Misschien wordt het smaller. Misschien juist breder. Misschien lijkt het alsof het langzaam een driehoek probeert te worden terwijl jij toch echt een vierkant in gedachten had.
En dan komt die gedachte: Ik doe iets fout.
Laat me je meteen geruststellen: bijna elke beginner maakt dit mee. Echt. Scheef haakwerk is geen teken dat jij niet creatief bent of dat haken “niet jouw ding” is. Het is meestal gewoon een teken dat je nog aan het leren bent hoe je steken herkent en hoe je handen spanning vasthouden.
Waarom wordt haakwerk scheef?
In de meeste gevallen heeft het te maken met het aantal steken. Je mist er één. Of je voegt er per ongeluk eentje toe. Dat gebeurt vaak bij de eerste of laatste steek van een toer, omdat die er nét iets anders uitzien dan de rest. Voor je het weet, haak je er overheen of juist twee in dezelfde steek.
Dat verschil lijkt klein, maar na een paar toeren zie je het duidelijk terug in de vorm van je werk.
Daarnaast speelt spanning een grote rol. In het begin haak je vaak wat strakker, omdat je geconcentreerd bent en nog zoekt naar grip. Naarmate je ontspant, wordt je werk losser. Of andersom. Dat verschil in spanning zorgt ervoor dat je haakwerk een beetje trekt of golft. Je handen zijn nog bezig om een ritme te vinden. Dat kost tijd.
En soms is het gewoon een combinatie van beide. Beide zijn veelgemaakt fouten bij haken en helemaal niet erg als het je overkomt.
Betekent dit dat je opnieuw moet beginnen?
Niet altijd.
Als je werk maar een klein beetje afwijkt en je bent net begonnen, dan is het misschien juist waardevol om door te gaan. Zie het als een oefenlapje. Iets waar je later op terugkijkt en denkt: kijk eens hoeveel ik ben gegroeid.
Maar wordt je werk duidelijk smaller of breder? Dan kan uithalen de beste keuze zijn. En nee, uithalen is geen falen. Het hoort bij haken. Zelfs mensen die al jaren haken halen regelmatig een paar toeren uit omdat iets niet klopt. Het verschil is alleen dat zij weten dat dat normaal is.
Je hoeft gelukkig niet helemaal opnieuw te beginnen, maar je kunt gewoon de laatste paar rijen los maken. Zoek eerst de rij vanaf waar het scheef lijkt te gaan, en trek dan rij voor rij de steken los. Tel hierbij goed hoeveel steken je elke rij los maakt, zodat je welk bij welke tour in het patroon je bent.
Werk je met een stekenmarkeerder? Haal de rij los tot en met de eerste steek waar de markeerder in zit. Zet je markeerder dan in de steek daaronder (dit was de eerste steek van de vorige rij). En haal weer de rij los tot en met de stekenmarkeerder.
Haken is geen rechte lijn van begin naar perfect eindresultaat. Het is een proces van proberen, zien wat er gebeurt en soms corrigeren.
Wat kun je doen om het te voorkomen?
Een paar dingen kunnen helpen zonder dat het meteen ingewikkeld wordt:
- Tel je steken aan het einde van elke toer.
- Gebruik een stekenmarker in je eerste steek.
- Begin met glad garen zodat je je steken beter ziet.
- Kies een simpel project om mee te oefenen.
- En haak niet te strak. Als het moeite kost om je haaknaald in een steek te krijgen, dan ben je te strak aan het haken.
Maar misschien nog belangrijker: geef jezelf ruimte om te leren. Je eerste project hoeft niet perfect te zijn. Het hoeft niet eens mooi te zijn. Het mag rommelig zijn, een beetje scheef, misschien zelfs een beetje eigenwijs.
Dat betekent niet dat jij het niet kan. Het betekent dat je bezig bent met iets nieuws. En dat is precies hoe groei eruitziet.
Dus als je haakwerk scheef is, stel jezelf dan niet meteen de vraag “wat doe ik fout?”, maar misschien eerder: “wat ben ik hier aan het leren?”
Dat voelt heel anders.
Uitgelichte afbeelding: Foto door Astrid Schaffner op Unsplash



